Is het fenomeen 'multitasking' op zijn retour?

21 Dec '06 - 09:27 by

Het afgelopen jaar is er het nodige gesproken en afgediscussieerd over hoe de digitale huiskamer er in de (nabije) toekomst uit zal zien. Volgens de jongste cijfers van GfK heeft een gemiddeld Nederlands (online georienteerd) huishouden inmiddels zo’n 18,5 ‘digitale’ producten in huis; van een iPod, fotocamera, MP3-speler, (smart)telefoon, DVD-speler, set-up-box en laptop tot een 32 inch LCD TV. Geen gekke score, als je bedenkt dat dit een paar jaar geleden slechts iets meer dan de helft was. Gisteren werd op het congres ‘The Digital Home’ daarom nog eens even stilgestaan bij de ontwikkelingen en trends op het gebied van ‘de digitale huiskamer’.

Volgens Paul van Niekerk (directeur SPOT) zal het veelbesproken ‘multitasken’ de komende jaren deels plaats gaan maken voor de meer ‘multifunctionele’ beleving. Meerdere producten zullen dan zijn verenigd in één device in plaats van het consumeren van meerdere producten tegelijkertijd. Dit laatste blijkt volgens onderzoek met name populair bij de meer aan huis gekluisterde consument, waaronder thuiswonende pubers (13-16 jaar) en oudere singles (30-50 jarige) .

De televisie (as we know it) zal wat Niekerk betreft de komende jaren transformeren naar een interactief medium, met naast de bekende ‘rode knop’ vooral toegang tot internet gerelateerde diensten, om zich vervolgens te ontpoppen tot een waar chat-achtig medium.

 

Het samen met anderen kijken naar dezelfde content, daarover chatten, producten bestellen en delen van ervaringen zou hierbij zelfs het ‘time-shifted’ kijken via een harddiscrecorder grotendeels overbodig maken. Hierbij wordt het bekijken van series bedoeld die op een eerder moment ergens anders zijn uitgezonden en niet de video-on-demand diensten. Iets wat mij betreft alleen opgaat als te zijnertijd het ‘whatever, whenever’-principe in de praktijk daadwerkelijk werkt.

Thijs Chanowski (directeur Searchpoint) brak eerder op de dag juist een lans voor het ‘time-shifted’ kijken door te stellen dat de functie van het medium TV juist weer terug zal keren naar zijn oorsprong, namelijk de kijker entertainen met ‘live’-registraties en sportuitzendingen. Een tendens die we wat mij betreft eigenlijk vandaag de dag al steeds meer zien opkomen (denk aan populaire TV-programma’s als ‘Dancing With The Stars’ (RTL), ‘Sterren Dansen op het IJs’ (SBS), ‘De Westrijden’ (Talpa) en ‘overige voetbaluitzendingen’(NOS), die gezien de hoge en groeiende kijkcijfers maar aan populariteit blijven winnen. Een paar uitzonderingen natuurlijk daargelaten. Al het andere ‘ingeblikte’ TV-content, zoals series en ander opgenomen programma’s, zal daardoor volgens Chanowski juist via de recorder worden geconsumeerd.

Dat momenteel in slechts 9% van de Nederlandse huishoudens een set-up-box aanwezig is, geeft aan dat zeker de telco’s nog het nodige hebben uit te leggen aan de ‘anologe’ consument. Te meer dit bijna gratis (billing-)apparaat zo essentieel is voor de relatie tussen de provider en de consument. Jammergenoeg is (en blijft waarschijnlijk) de set-up-box zo slim als het apparaat veelal onevenredig groot is. En levert het vooralsnog en de nabije toekomst relatief weinig bruikbare data op voor de marketeer en adverteerder die toch grotendeels de snelheid van de digitale ontwikkelingen bepalen. De doorsnee telco zal het mede hierdoor nog (te?) druk blijven hebben met het veroveren van een plekje in die waardevolle woonkamer, terwijl een beetje ‘up-to-date’ consument inmiddels geen wijs meer wordt uit alle afstandsbedieningen, bekabelingen en ‘ready’ is voor een geintegreerd multifunctioneel device met een scala aan interactieve diensten.

Paul Naber (country manager Microsoft/XBox) is dan er ook van overtuigd dat juist de gameconsole een goede kans maakt om hét device van de digitale huiskamer te worden, gezien haar multifunctionele en interactieve features. Waar hij wat mij betreft absoluut een punt heeft. De compatibiliteit van dergelijke apparaten met set-up-boxen, zoals die van Mine, blijkt gezien recente pogingen op korte termijn uberhaupt niet haalbaar. Iets wat jammer is, want hiermee zouden zowel de industrie als de consument benefits kunnen behalen. Om het convergeren van de diverse media in huis te verspoedigen stelt Naber voor om bij nieuwbouwwoningen als extra feature een eigen server in de meterkast in te laten bouwen, waar dan optioneel devices als een gameconsole, set-up-box(en) en andere hulpstukken kunnen worden aangesloten die toekomstige digitale penetratie bevorderen en de consumptie ervan veraangenamen.

Ondanks dat de gamer volgens Naber behoort tot de ‘early adaptors’ van de digitale huiskamer (ze zouden o.a. bovenmatig openstaan voor nieuwe technieken en makkelijk geld uitgeven middels micropayments aan nieuwe digitale diensten), is ook hier het wachten op de alombekende ‘massa’ die door de gemiddelde marketeer moeten worden overtuigd. Het lijkt me overigens zinvoller om net als onze zuiderburen niet te wachten op het grote publiek, maar alvast content te bedenken en produceren die voorziet in een (toekomstige) behoefte. Dan is zien wellicht ook meteen geloven en zal de consumer sneller geneigd zijn over te stappen.

Concluderend kunnen we stellen dat (hoe graag we ook willen, erover schrijven en filosoferen) de digitale interactieve huiskamer, waar we via één of meerder devices toegang hebben tot allerlei (relevante) interactieve digitale diensten, voorlopig nog geen gemeengoed zal zijn. Is er echter eenmaal voldoende kennis over en behoefte aan digitale producten en diensten bij de consument, dan zal de adoptatie ervan volgens onderzoek vele malen sneller verlopen dan voorheen het geval was. Als je bedenkt dat de productlevenscyclus eveneens sneller verloopt, lijkt een digitale inhaalslag bijna onmogelijk. Gelukkig hebben we hiervoor gezamenlijk nog een heel jaar om ons steentje aan bij te dragen.


  
Persoonlijke info onthouden?

Emoticons /


 

  ( Register your username / Log in )

Kattebel:
Verberg email:

Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of email-adres in te typen.